[XXXXXXXX] is naar de [XXXXXXXX] geweest / Wat heeft ie daar gedaan? / Hij heeft er in de sneeuw gestaan / En is toen gauw weer naar huis gegaan
[XXXXXXXX] is naar de [XXXXXXXX] geweest / Wat heeft ie daar gedaan? / Hij heeft er in de sneeuw gestaan / En is toen gauw weer naar huis gegaan